Reisverslag 2003

Rapportage eerste evaluatiemissie Kameroen, juli-augustus 2003

Op vrijdagochtend 18 juli checkte ik in Brussel in voor de vlucht naar Yaoundé, hoofdstad van het Afrikaanse Kameroen, om me voor zes weken te storten in de dagelijkse realiteit van mede-blinden daar. Door de Club de Jeunes aveugles was ik uitgenodigd om namens ons steunfonds de officiële opening bij te wonen van het nieuwe opleidingscentrum dat wij gezamenlijk tot stand brachten. De kosten van mijn reis betaalde ik  zelf; immers, wij pretenderen geen strijkstok te hanteren. Het was mijn eerste vliegreis; ik voelde me als een kind zo opgetogen bij de gedachte nu boven de wolken te stijgen, in no time land na land onder me te weten. Na zeven uur vliegen landden we in Yaoundé. Bij het uitstappen al werd ik het vochtige broeikasklimaat gewaar en snel daarna ook de geur van armoede en van houtvuurtjes, waarop vis gestoofd werd. Een koor van krekels kondigde aan dat de tropennacht al was gevallen. Samen met het comité van ontvangst wurmde ik me in de taxi op de achterbank, en daar gingen we dan, als lepeltjes in een doosje, met overal om ons heen het claxonneren van andere vehikels.

De huurwoning van CJARC-voorzitter Coco Mowa, waar ik de meeste tijd zou doorbrengen, bevond zich driehoog in een complex in aanbouw; woningen die nog niet klaar zijn, worden er toch al bewoond. Oude lappen bedekten de deuropeningen, de ramen, zonder glas nog, waren beveiligd met antivols. Ook was er onder het gemeenschappelijke dak van golfplaat nog geen plafond, waardoor het akoestisch leek alsof je buiten verbleef, met de wind om je oren. Elk woord van de buren rrondom was te horen, ook al de herrie van hun kinderschaar. Privacy, zo leerde ik algauw, is Afrika vreemd. Familie en vrienden komen onaangekondigd binnenzeilen, en blijven dan mee eten wat de pot schaft. De altijd brede bedden worden soms wel met drie of vier man gedeeld. Ik smaakte vooralsnog het genoegen van zo’n breed bed voor mij alleen, maar mijn kamertje, twee bij twee, bezat geen raam en het was er vanwege het regenseizoen zo vochtig dat de onderkant van mijn kussen en matras beschimmeld was. Maar, zo legde men welwillend uit, dit was wel de plek met de minste muskieten. Nu, dat was waar, maar reuzenkakkerlakken en ander langpotig gespuis was er des te meer, ’s nachts plofte er geregeld zo’n tropische verrassing op mijn bed naast me neer, en ik prees me dan gelukkig dat de aanblik me tenminste bespaard bleef.

’s Ochtends na het opstaan wordt de vloer aangeveegd en de vaat gedaan van de hele vorige dag, met koud water, want water koken kostte te veel butagas. Ook de was wordt gedaan met koud water, en op de hand; wasmachines zijn er alleen voor de rijken. De huizen van het lage volk, dus ook van de gehandicapten, hebben soms meer weg van holen: opgetrokken uit gebakken klei, lemen vloer, geen stroom of kraanwater. Het toilet is buiten, een bouwval zonder deur, met een gat in de grond dat je kunt vinden door voorzichtig met je voet te schuifelen. En als je daar dan als blanke moeilijk gaat zitten doen, krijg je, ongevraagd, vriendelijk aanwijzingen hoe het doeltreffender kan. Maar de manier waarop is zo ontwapenend dat je het maar moet nemen zoals het is. En wil je een bad nemen, dan wordt gedienstig een grote emmer water geput en klaargezet. Sommige mensen eten er maar éénmaal per dag, vaak pas na achten ’s avonds. Want, zo werd me uitgelegd, dan is er des te meer kans dat men samen iets heeft kunnen organiseren. Men leeft hier immers bij de dag.

Afrika, je waant je er een halve eeuw terug in de tijd. Je solidariteit door dik en dun, je familietradities, je kruiwagens, of bij gebrek daaraan Onzelieveheer die je problemen zal oplossen. De kerken zitten er zondags stampvol, drie diensten achter elkaar. Want de Afrikaanse herder is er één met zijn zwarte schapen. Maar Ondanks dit onwrikbaar geloof steekt het animisme van weleer ook nog regelmatig de kop op. Zo was in de stam van Martin de schildpad taboe. Uit respect voor de gevoelens van de stamleden mocht er dan ook niet over gesproken worden, laat staan dat er schildpad werd gegeten. En dan had je Norbert, een echte monsieur, die ik me voorstelde in onberispelijk kostuum. In zijn stam was de slang taboe.

Kameroen kent zo meer dan tweehonderd stammen. Zij leven in relatieve vrede naast elkaar omdat er geen grondstoffen zijn. Wel is het zo dat stamgenoten elkaar bevoordelen. Zo vergezelde ik een blinde in het ziekenhuis. De neuroloog vroeg naar zijn herkomst. Toen monsieur le docteur vernam dat zij beiden niet alleen tot dezelfde stam behoorden, maar ook nog uit hetzelfde dorp kwamen, kletste hij op zijn dijen van verrassing en was de behandeling verder kosteloos.

De infrastructuur in Kameroen is werkelijk één grote puinhoop. Neem de staat van de wegen. bij elke stap moet je als niet-ziende alert zijn: overal kuilen, rotsachtige hellingen, traptreden of geulen voor de afwatering. Yaoundé wordt dan ook niet voor niets genoemd: stad van de zeven heuvelen. En omdat door de economische malaise het busvervoer is gestaakt, moet iedereen gebruik maken van de gele taxi’s, die overal en nergens opduiken om je voor een habbekrats te brengen waar je moet zijn. Maar de meeste blinden kunnen zelfs dat beetje niet betalen en zijn dan genoodzaakt over soms grote afstand de weg naar ons nieuwe opleidingscentrum te voet af te leggen. Ik heb ze thuis bezocht. In een krotwoning, zonder water of electra, sliep ik met twee blinde meisjes op een bed bestaande uit een stuk of wat ruwhouten dwarsbalken, met daarop een schuimrubber matrasje. Ook bezocht ik de foyer van CJARC, een opvanghuis voor een tiental jongeren die geen familie hadden en te ver weg woonden om naar school te kunnen; de behuizing was zo primitief dat wij pleiten voor een betere locatie. In de havenstad Douala gebeurt het wel dat ze in het regenseizoen ’s ochtends het water met emmers uit hun woning moeten scheppen.

In flagrant contrast daarmee staat de houding van de rijke bovenlaag die, om de arme massa eronder te houden, desnoods bereid is tot bloedvergieten. We bezochten het Ministerie van Sociale Zaken en werden daar geconfronteerd met een ostentatieve rijkdom die je niet in Den Haag zou aantreffen.vindt. Maar de Minister, die me hardnekkig “Truust” bleef noemen, bestond het te beweren dat de Kameroense overheid geen geld heeft om haar gehandicapte burgers te ondersteunen. Wel was ze uiteindelijk bereid een document af te geven voor vrije invoer van hulpgoederen.

We brachten ook een bezoek aan de Nederlandse Heleen Reedijk, door de Deutsche Entwicklungsdienst in Yaoundé gestationeerd. Zij had veel waardering voor het werk van de CJARC, was bereid de organisaatie met raad en daad bij te staan en ons desgevraagd rapport uit te brengen. We gaven haar een rondleiding langs de diverse activiteiten, samen met de Nederlandse consul, Cees Beekman, die verrast was over de steun van zoveel organisaties uit heel Nederland.

Als er in de zes weken van mijn verblijf in Kameroen één ding is dat diepe indruk op me maakte, dan is dat wel de moed om zelfs in de meest uitzichtloze situatie te blijven strijden voor een menswaardiger toekomst. Dat is alleen mogelijk bij de gratie van onderlinge solidariteit, menselijke warmte waardoor je je gedragen weet en die je de kracht geeft te torsen wat anders niet te torsen is. Ik doel op Samba, die door het oppakken van een granaat in één klap zijn beide ogen en onderarmen verloor. Ik bezocht hem in Douala, één van de negen dépendances. De mensen van blindeninstelling Sensis te Grave, die in oktober 2002 Kameroen bezochten, gaven hem zijn mobiliteit terug door aan het stompje van zijn rechter elleboog met verband een taststok te bevestigen.

De ochtend na mijn aankomst troonden de jongeren van de Club de Jeunes aveugles me triomfantelijk mee naar hun nieuwe opleidingscentrum. Al vanuit de verte is het zichtbaar door twee haaks geplaatste borden met de naam C.J.A.R.C. Het bouwterrein is omgeven door een metalen hekwerk met daarin het portail, een brede poort voor vrachtverkeer, en het portillon, de doorgang voor personen. Rechts daarvan vindt men de guérite, een wachtershuisje waar gecontroleerd wordt wie er in- en uitgaat, dit om diefstal te voorkómen. Voor het gebouw ligt de binnenplaats, die bestraat is om er grote bijeenkomsten in de open lucht te houden.

Het gebouw zelf is geschilderd in vrolijke kleuren en de muren zijn onderaan betegeld. Meteen tegenover de ingang bevindt zich de trap, met daaronder een diepe bergkast. Links is het administratieve gedeelte voor de staf gesitueerd, rechts het atelier, voor handarbeid, met daarachter de opslagplaats en de keuken, waar blinde vrouwen en meisjes kookles krijgen en huishoudelijke vaardigheden leren. Op de eerste verdieping bevindt zich een grote vergaderzaal met balkon en multifunctionele nooduitgang, bestaande uit viermaal drie treden die bij feesten tevens dienen als bordes en podium. De conferentieruimte is tbv. verhuur aan derden met een hekwerk afgescheiden van de andere ruimten: het magazijn, de bibliotheek en de klaslokalen waar informatica, braille en machineschrijven wordt gegeven. Op de bovenste etage onder het puntdak is een huiskamer, twee badkamers met douche en toilet en acht slaapkamers, voorzien van diepe bergkasten waar leermiddelen veilig kunnen worden opgeslagen.

De feestweek rond de officiële opening werd druk bezocht door jongeren uit heel het land die opgetogen waren elkaar na soms jaren weer te ontmoeten. Er waren optredens van artiesten uit eigen gelederen, en een dag lang werd de blinde vrouw in het middelpunt gezet. Vrouwen kampen daar vaak met een dubbele achterstelling. Zo is het heel moeilijk om een vaste partner te vinden, schrijnend wanneer je bedenkt dat de huwelijkse  staat voor elke vrouw daar nog het hoogste ideaal is. Blinde vrouwen zijn daardoor vaak niet selectief, met alle trieste gevolgen van dien.

Maar die dag konden ze hun kwaliteiten manifesteren door handarbeidproducten en zelfbereide voedingswaren en vruchtensappen te verkopen. ’s Avonds werd er een Miss-verkiezing gehouden voor de vrouw met de meeste uitstraling. Voor dit bijzondere evenement had een modehuis schitterende creaties beschikbaar gesteld waarmee ze er oogverblindend uitzagen, aldus degenen aan wie ik naderhand de foto’s liet zien.

De laatste dag was gewijd aan de dédicace, de wijding van het gebouw. Er waren vierhonderd genodigden present, Alleen de Minister van Sociale Zaken en de First Lady hadden op het allerlaatste moment besloten hun komst te verschuiven naar het eind van het jaar, waardoor er nu ook nog geen aandacht was van pers en media.

Onder de sprekers die achtereenvolgens de revue passeerden, werd ook mij de microfoon ter hand gesteld en ik moest een ter plekke geïmproviseerde toespraak in het Frans ophoesten. Ik begon met de mededeling dat ik moeder was van een tweeling, wat je daar een bijzondere status verleent. Vervolgens memoreerde ik dat het nieuwe opleidingscentrum zijn ontstaan met name te danken had aan de solidariteit van mede-blinden en fondsen uit heel Nederland, die 90% van de bouwsom aandroegen. Zo bracht de in december vorig jaar gestarte verdubbelingsactie van Wilde Ganzen en NCDO maar liefst 32.152 euro en 24 cent op. Ik dankte ook de aannemer Sylvestre Fanseu voor zijn inzet en vakbekwaamheid; in landen als Kameroen zijn bona fide aannemers namelijk met een lantaarntje te zoeken, de meeste gaan er tussentijds met het voorschot danwel met de bouwmaterialen vandoor. Deze had zelf tijd en geld geïnvesteerd in dit project, dat hij tot zijn levenswerk rekende. De getaxeerde waarde lag daardoor op 150% van de bouwsom.

Die middag vond ook de presentatie plaats van het boek van René Myn Kong, één van de jongeren die mij in 1998 met de CJARC in contact bracht. Tijdens zijn uitzichtloze asielprocedure hier beschreef hij op meeslepende wijze zijn trieste en turbulente jeugd in Kameroen als vroegwees en straatkind, voor wie het verlies van zijn gezichtsvermogen het einde van alles leek, totdat hij bij zijn lotgenoten eindelijk mededogen en solidariteit ontmoette. Zijn levensverhaal maakte daar heel wat emoties los. De Nederlandse vertaling, die ik samen met hem voltooide, zal in 2004 verschijnen.

Een groot opleidingscentrum vraagt een goed management. SENSIS Grave heeft daarin professionele ondersteuning toegezegd. Om de lopende kosten te bestrijden en de jongeren brood op de plank te verschaffen worden projecten voor inkomengenerende activiteiten ontwikkeld zoals een huisorkest dat optredens kan verzorgen en een toneelgroep met een voorlichtend karakter. Daarin zou zelfs een rol weggelegd zijn voor Samba; hij kan de shockerende partij vertolken die het hart van de aspirant-schoonouders moet zien te vermurwen, waarmee hij voor de jongeren de weg baant naar perspectief op een duurzame relatie.

Met onze Kerstactie dit jaar willen wij een project financieren tbv. brood op de plank voor jongeren van CJARC die hun opleiding hebben voltooid. Aan een aantal vooraf geselecteerde kandidaten wordt een electrische molen ter beschikking gesteld voor het malen van levensmiddelen als granen, noten en vruchten. Daarbij is het de bedoeling dat zij een deel van hun verdiensten afdragen om hun molen aan CJARC terug te betalen, waarna de volgende ploeg in aanmerking komt. Heleen Reedijk vertelde me dat revolving projects als dit in deze cultuur een goede kans van slagen hebben dankzij de sociale controle en het beroep op eigen verantwoordelijkheid. De bevolking heeft respect voor de mentaliteit van de jongerenorganisatie en zij is genegen blinden te steunen die zelf willen voorzien in hun levensonderhoud.

De prijs per moulinex van degelijke kwaliteit bedraagt 400 000 F CFA, omgerekend 610 euro. De totale kosten van het project, dat vooralsnog uitgaat van 15 molens, bedragen 11.076 euro. Het aan ons gevraagde bedrag ad 9.150 euro betreft alleen de 15 molens; in het verschil ad 1.926 euro wil de CJARC dan zelf voorzien.

Stichting Wilde Ganzen, die wij het project voorlegden, is bereid ook deze actie te ondersteunen door de netto opbrengst staffelsgewijs te verhogen waardoor elke gift die vanaf 1 december binnenkomt op postrekening 40 000 van Wilde Ganzen te Hilversum een premie krijgt van gemiddeld 70%., mits bij “Mededelingen” is vermeld: “Actie Fakkel”.

 

Truus Jonker, secretaris.

0 Reacties

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

*