Reisverslag 2011

Als meeuwen vechtend om een korst brood

Reisverslag 2011.

Op 2 maart 2011 vertrok ik namens onze stichting Fakkel 2000 weer naar Kameroen voor een verblijf van ruim twee weken: mijn vierde evaluatiemissie. De Kameroense Ambassade in Den Haag had daartoe weer een visa de courtoisie  afgegeven, vanwege onze verdiensten voor het land.

Alle kosten zouden we uit eigen zak betalen. Daartoe had ik een lowcost reis geboekt en, als blinde passagier, assistentie aangevraagd. Dat was maar goed ook, want na de TGV-trein Brussel-Parijs bleek de luchthaven Charles de Gaulle immens groot en zelfs voor goedziende reizigers een doolhof. Ik werd er overgedragen aan wel drie verschillende assistenten, maar alles ging goed. Van daaruit de rechtstreekse vlucht naar Douala, economische hoofdstad van Kameroen.

Aangekomen op de luchthaven daar waar het broeikasklimaat en de geur van armoede en vochtig beton me duidelijk maakte dat ik nu in Afrika was, werd ik door een vriendelijke man in een rolstoel gepoot en van de douanepolitie naar het bagagedepot gehobbeld, waar hij op zoek ging naar de koffers. Die had ik tevoren in plastic verpakt en voorzien van fel-oranje affiches zodat ze goed herkenbaar zouden zijn. De grote koffers waren snel gevonden, maar de kleine, met al mijn persoonlijke spullen erin, bleek onvindbaar. En daar zat ik dan, bedolven onder al mijn handbagage die ik ook nog had meegesjouwd. Toen ik me na een half uur stressen tenslotte getroost had met de gedachte dat de vluchtelingen uit Egypte en Lybië er nog heel wat beroerder aan toe waren, werd de koffer alsnog gevonden.

Buiten stond een comité van ontvangst me op te wachten, ik was geroerd door hun explosie van blijdschap. Met zijn allen gingen we naar de woning van Robert Eyaman, leider van de blindengroep in Douala. Maar eerst moest een plank worden uitgelegd over de brede geul die voor het huis langs liep, want de toegang tot de onverklaarbaar bewoonde optrekjes van de bevolking in de sous-quartiers vergt soms de nodige acrobatiek. Na de gezamenlijke maaltijd en het uitpakken van de koffers wurmde ik me onder het muskietennet van het oncomfortabele, klamme bed dat ik zou delen met Roberts vrouw en een kindje. In het andere bed lag Robert zelf, samen met de vier andere kinderen en een lid van het ontvangstcomité. Intussen speelde de radio de hele nacht lustig door, niemand leek zich daaraan te storen.

De volgende dag, die daar al om vijf uur begint, werd eerst alles uitgepakt wat ik voor iedereen had meegenomen. Daarna bezochten we de eerste door onze stichting gefinancierde microprojecten, verkoop van honing, verse vruchtensappen, pinda’s, pistaches, brandhout en stijfsel. Die projecten bleken redelijk tot goed te lopen en de jongeren in staat te stellen in hun basale onderhoud te voorzien. Ik wees nog eens op de noodzaak van een simpele boekhouding; de tweedaagse cursus over projectbeheer die we vorig najaar hadden gefinancierd, bleek een schot in de roos te zijn. enkele blinden hebben me hun rapportje meegegeven.

Zo was daar Catherine die me vertelde dat ze door haar broer uit huis was gezet. Ze was ten einde raad geweest bij de gedachte dat ze zich als blinde voortaan alleen zou moeten redden. Maar Robert Eyaman had haar aangemoedigd het aan te durven en haar gewezen op de mogelijkheid van een microkrediet. Van 5 op 6 maart logeerde ik bij haar. Ze liet me trots haar woninkje zien, piepklein maar goed onderhouden. Ze verkocht er verse vruchtensappen.

Toen we goed en wel in bed lagen, viel door een stroomstoring de ventilator uit. Net toen ik me afvroeg hoe we in deze bloedhitte de nacht moesten doorkomen, stak er buiten een storm op. Het rammelen van het golfplaten dak  en de wandjes van hardboard deden het ergste vrezen, maar wat konden we doen?

Plotseling begon het te stortregenen en te onweren, want maart is de tijd van het kleine regenseizoen. De wind joeg de regendruppels naar binnen, over ons bed heen. Maar de stortbui hield weer even plotseling op als hij was begonnen, en even later kwam de stroom ook weer terug. Dat gebeurt met een kracht van soms 380 Volt. In een woning verderop was daardoor een apparaat geëxplodeerd waardoor er brand was ontstaan. Vanwege de regen waren de buren niet in actie gekomen om te helpen blussen en was de woning totaal uitgebrand.

Behalve bij Catherine bracht ik ook een nacht door bij enkele andere blinden, om hun leefomstandigheden concreet te ervaren. Vooral het traditionele sanitair deed een aanslag op mijn aanpassingsvermogen. Zo was er een toilet waarbij je, hurkend op een muurtje, in het gat moest zien te mikken en tegelijk je evenwicht bewaren.

Samba, die in 1994 door een granaatexplosie zijn ogen en onderarmen moest missen, toonde me trots zijn dochtertje van vijf maanden dat hij tegen zich aan geklemd hield, het was naar mij vernoemd. Om zijn vriendin te kunnen trouwen vroeg hij me de bruidsschat te betalen, maar daarin voorziet onze stichting niet.

Het land Kameroen beslaat een oppervlakte van 475.442 km2. Volgens de laatste cijfers van de UNO is de bevolking hard op weg naar de 20 miljoen. Zo telt de stad Douala meer dan vier miljoen inwoners. Die proberen allemaal op hun eigen manier te overleven, als meeuwen vechtend om een korst brood.

Bussen rijden er nauwelijks, men verplaatst zich per taxi, maar vooral per motor. Veel bestuurders hebben geen rijbewijs. Dagelijks staat het verkeer vanaf half drie tot negen uur ’s avonds vrijwel vast. Je wordt dan vergeven van de uitlaatdampen, want van roetfilters hebben ze hier nog nooit gehoord. Chauffeurs van vrachtwagens en vehikels ventileren hun emoties dan via de claxon. De eerste avond, met zijn drieën op de motor scheurend over het  hobbelige wegdek, vroeg ik me serieus af hoe we deze kermisattractie zouden overleven. Maar Robert, met losse handen achterop, wist in deze kakafonie zelfs telefoongesprekken te voeren.

Behalve voor passagiersvervoer worden de motoren ook gebruikt voor het transporteren van allerlei andere zaken, tot rioolbuizen en doodkisten aan toe.

Naast de microprojecten bezochten we ook de blindengroepen in Douala, Njombé, Yaoundé en Elig Ngono. Het konijnenfokproject in Badchenga en het varkensfokproject in Ebangkonden we vanwege de slechte staat van de wegen niet bezoeken.

In Douala waren 67 mensen gekomen, van wie 45 blinden. Zoals in 2009 hield ik er ook nu weer audiëntie. Veel blinden zetten hun schrijnende situatie uiteen, hopend op een oplossing. Je voelt je dan onmachtig, want onze financiële middelen zijn beperkt. Maar ik beloofde hen in Nederland mijn uiterste best te zullen doen.Veel mensen kwamen ook om hun dankbaarheid te betuigen vanwege onze rechtstreekse en concrete wijze van werken: niet over hun hoofd heen,maar samen met hen en hun vertegenwoordigers met wie wij nu al 7 jaar plezierig samenwerken.

Er was ook een groep leerlingen van de blindenschool daar die mij smeekte om een cassetterecorder of dikteerapparaat voor het opnemen van de lessen.

De blindengroep in Douala, formeel nog steeds dépendance van de Club de Jeunes aveugles, wordt nu verzelfstandigd tot ACFISA: Association Camerounaise pour la Formation et Insertion Sociale des Aveugles, teneinde rechtstreeks contact te kunnen onderhouden met westerse donororganisaties.

De plattelandsgemeente Njombé is het exportgebied van bananen voor heel Europa. Na de oogst worden ze geselecteerd; de mindere soort gaat naar de locale markt. De bananen voor de export worden gewassen en met drie soorten houdbaarheidsproducten bewerkt. De bananenplantages worden geëxploiteerd door de Fransen; een arbeider verdient er soms maar € 1,50 per dag, voor 7 uur zwaar handwerk.

We ontmoetten bij de blindengroep daar ook een lichamelijk gehandicapte vrouw die op handen en knieën over de stenige bodem kwam aangekropen. Zij had zich per motor laten afzetten en hoopte nu op een wonder: een driewielfiets waarmee ze zich zelfstandig zou kunnen verplaatsen.

In het buitengebied Elig Ngono, waar we een viskweekproject en een varkensfokproject hadden gefinancierd, voerde de blindengroep  ter ere van mijn komst inheemse rituele dansen uit, met wilde vreugdekreten. Dat bracht me tot het besef dat voor dit natuurvolk een financieel jaarrapport nog een brug te ver zou zijn.

In Yaoundé, de politieke hoofdstad, bleek een groep dakloze blinden een  leegstaand gebouw  te hebben bezet, met toestemming van de locale overheid. Drie meisjes, die er geen bed hadden, moesten er, al of niet met kindje, op de harde grond slapen, met gevaar voor aanvallen van slangen vanuit de nabij gelegen brousse. Ik heb hen een fatsoenlijk bed beloofd en maandelijks een zak rijst om tenminste in hun basisbehoeften te kunnen voorzien. Maar het pluimveeproject dat de groep had ingediend, wordt voorlopig niet gehonoreerd omdat er twijfel is over het beheer daarvan.

De rol van de kerken in Kameroen is belangrijk in de strijd tegen de polygamie, het tribalisme, het bevoordelen van de eigen stam, en het animisme voorzover dit tot schending van de mensenrechten leidt. Zo wordt albinisme, dat gepaard gaat met een visuele beperking, nog te vaak gezien als het werk van hekserij. In het Noorden van Kameroen, waar veelal moslims wonen, gebeurt het nog dat pasgeboren albinobaby’s  worden gedood.

Als westerling dien je je bescheiden op te stellen, vooral te luisteren en te observeren en te wachten met reageren totdat men het woord tot je richt. Voor het verkrijgen van informatie, bijv. over mogelijke corruptie, dien je vooral open vragen te stellen.

Dit deed ik ook naar aanleiding van de blinde Paul Tezanou, chansonnier en directeur van de blindenschool in Dschang. Tezanou is gewiekst in het manipuleren van westerse donororganisaties. Zo had Oogfonds Nederland, ondanks eerdere waarschuwingen van vier verschillende kanten, voor hem in november 2010 toch weer een bedelactie opgestart.Nu hoorde ik van twee getuigen, de 24-jarige Nadège die er als leerlinge verbleef van 1998-2008 en van Adelaïde, die er werkte van 2005-2010, hoorde ik dat er maar één onderwijskracht actief zou zijn, de Kongolese Christiane Ngaloti, die de kleintjes leert braillelezen, waarna ze geïnteggreerd worden in de naburige reguliere school Notre Dame. De andere zogeheten leerkrachten doen niets anders dan braille omzetten naar gedrukte tekst en terug.

De leerlingen maken hun opdrachten in braille. Daartoe distribueert Tezanou wel braillepapier en reglettes, maar geen verdere hulpmiddelen. Tijdens de Dag van de witte stok op 15 oktober jl., een voorlichtingsmanifestatie waarbij ook onze blindenstokken werden uitgedeeld, hebben ze vergeefs geprobeerd ook een stok te bemachtigen. Paul Tezanou was er zelf ook, maar hij had niets om uit te delen.

Na schooltijd verblijven de blinde leerlingen die vaak van ver komen, in de foyer. Ze moeten daar, zonder enige instructie vooraf, zelf de slaapzaal schoonhouden, hun was doen en tijdens het weekend, als de keuken vrijaf heeft, zelf koken. De hygiënische omstandigheden laten zich raden en zijn bij de omwonenden genoegzaam bekend. Adelaïde vertelde me dat ze, toen ze probeerde er orde op zaken te stellen, door Tezanou werd teruggefloten.

Hijzelf bezit er  twee luxueus ingerichte huizen,op een omheind terrein met waakhond. Daarnaast beschikt hij over vijf al even luxueuze auto’s, waarvan drie voor hemzelf, een voor zijn wettige vrouw en een voor zijn maîtresse. Of zij zijn enige maîtresse is, blijft zeer de vraag, maar verklaringen hieromtrent zijn moeilijker te verifiëren.

Tezanou is bijna altijd op reis voor het handhaven van zijn status quo en om bij westerse donoren gelden in te zamelen. Tijdens manifestaties laat hij uit omliggende steden leraren komen om te demonstreren hoe men de kinderen stoelenmatten en andere vaardigheden leert. Na het opvoeren van deze pantomime gaan de argeloze projectmanagers overtuigd naar huis.

Feitelijk is er dus geen sprake van een school. Niettemin vraagt Tezanou van elke leerling 225 000 F CFA aan schoolgeld, omgerekend € 343,50, wat in deze cultuur een aanzienlijk bedrag is. Het aantal kinderen dat in het centrum verblijft, is mede daardoor sinds 2000 teruggelopen van 35 naar 15.

In Yaoundé werd ik benaderd door Nathalie en Georgette, leden van de CONAFAC, Comité Nationale des Femmes Aveugles du Cameroun. De CONAFAC is een onderafdeling van de ANAC, Association Nationale du Cameroun waarvan Tezanou al meer dan 25 jaar voorzitter is, dankzij zijn intimidaties en envelopjes waarvoor blinden in de Kameroenese cultuur nog gevoelig zijn.

De vrouwen ondersteunen elkaar zo goed mogelijk, maar ontvangen vanuit de ANAC geen enkele financiéle steun, zogezegd omdat daarvoor geen middelen zouden zijn.

Voor het verkrijgen van een studiebeurs via de Association Valentin Hauÿ in Parijs moeten studenten uit Kameroen door een toetsingscommissie worden beoordeeld. Maar het is alleen Tezanou die hen kan voordragen, op voorwaarde dat de studenten verklaren dat zij tot dan toe uitsluitend door hem werden gesteund.

Student Ngalle Alfred Janvier, die al sinds 2008 van ons steun ontving, speelde het spel mee; nadat hij zijn beurs had ontvangen, hebben we de commissie ingelicht.

Maar lieden die schaamteloos profiteren van de misère  van hun medeblinden, in de wetenschap dat zij door vals medelijden toch worden ontzien,  lijken hun langste tijd te hebben gehad. De westerse donoren worden wakker. Helaas heeft dat tevens zijn weerslag op serieuze initiatieven. Zo is in maart 2010 vanuit de VS de financiële steun aan Kameroenese blindenorganisaties opgeschort vanwege de praktijken van Paul Tezanou en Coco Bertin Mowa die ons trainingscentrum in Yaoundé confisquerde als privé-onderneming. Een onderwijskracht die daar werkzaam is, vertelde me dat zijn tweetalige geïntegreerde school ‘Louis Braille’ momenteel meer dan 200 leerlingen telt, van wie er evenwel maar 30 een visuele beperking hebben. In de foyer, waar de leerlingen verblijven die van ver komen, is de hygiëne ook ver te zoeken.

Wij blijven ons inzetten om exploitatie van blinde kinderen aan de kaak te stellen, want de bijdragen van mensen van goede wil horen juist aan hen ten goede te komen.’

Maar laat ik besluiten met een aantal positieve zaken.

Van de studenten die wij sinds 2007 steunden, publiceerde Adieme Floréal Serge Landry op 23 februari jl. zijn in Frankrijk uitgegeven debuutroman ‘La lionne dentée’, een voorlichtingsproject waarin hij Afrikaanse studentes uitdaagt hun diploma niet af te kopen, maar hun intellectuele capaciteiten in te zetten.

En Jean Pascal Somb-Lingom heeft na zijn studie werk gevonden als radiojournalist en vertaler.

Voor de Vrouwendag, op 8 maart, hebben we de vrouwen van de blindengroep Douala stoffen gegeven voor hun pagne, een gelegenheidsjurk. Door miscommunicatie heb ik helaas zelf niet kunnen deelnemen aan het défilé, maar ’s avonds was ik wel bij het feest, tot groot genoegen van iedereen.

Wat betreft de door ons ondersteunde sportorganisatie ASAMC: de Minister van Sport, die specifieke groeperingen beter wil ondersteunen, heeft onlangs voorgesteld de naam Association Sportive des Aveugles et Malvoyants du Cameroun te wijzigen in ACASDEV (Association Camerounaise des Sports pour Déficients Visuels). Deze nieuwe naam geeft de sportorganisatie de wettelijke bevoegdheid zich aan te sluiten bij het CPC (Comité Paralympique du Cameroun).

De container met daarin ook onze 44 colli aan leermiddelen en hulpgoederen is op 9 april in Douala gearriveerd zodat alles nog vóór de Pasen aan de diverse blindengroepen door het land kon worden overgedragen.

Eenmaal terug in het koude Nederland draag ik de Afrikaanse warmte mee in mijn hart. Ze geeft mij de kracht om me namens onze stichting onvermoeibaar te blijven inzetten voor een menswaardige leefsituatie voor al die blinden die voor mij een stem kregen.

Truus Jonker, secretaris.

0 Reacties

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

*