Reisverslag 2013

Overleven tegen de verdrukking in

Verslag van mijn evaluatiemissie in Kameroen, april 2013

 14 april:

In alle vroegte reed ik met onze adviseur Peter van Leerdam en zijn reisgenoot vanuit Renswoude mee naar vliegveld Zaventem in Brussel. Ze waren not amused te zien dat ik behalve drie koffers ook nog vier stuks loodzware handbagage had meegesjouwd, maar als zuiderling weet ik dat Belgen niet moeilijk doen. Alles ging dan ook goed en in het vliegtuig werden we flink verwend. Met mijn twee aardige reisgenoten kon ik nu ook weten hoe hoog we vlogen en over welke landen, ik besloot dan ook van elke seconde te genieten.

Om 16.20 lokale tijd landden we op de luchthaven Douala. Het welkomstcomité was op mijn verzoek afgeslankt maar telde evengoed nog vier leden, onder aanvoering van Robert Eyaman, leider van de blindenorganisatie ACFISA. We togen naar zijn woning waar ik de eerste dagen zou logeren. Ik was er een bezienswaardigheid, want in deze wijk komen de blanken niet. Na de gezamenlijke maaltijd ging ik mijn koffers uitpakken om de meegebrachte cadeaus uit te delen en mijn eerste benodigdheden bij elkaar te zoeken,  waarbij drie paar kinderhandjes probeerden me behulpzaam te zijn. Daarna werd ik begeleid naar een vervallen bouwseltje dat als sanitair diende voor meerdere families, maar eerst moesten daaruit wel nog een paar kippen worden verjaagd. Op mijn verzoek werd er een dikke spijker in de muur gehengst waaraan ik mijn shopper kon ophangen om tenminste mijn spullen droog te houden. Ik was doodop door de concentratie en de herrie, en even werd ik overspoeld door wanhoop, maar ik wist uit ervaring dat dit ook wel weer zou wennen.

15 april:

Om vijf uur  ’s morgens ons bed uit. Al om half zes zat ik met een bord opgebakken aardappelen op schoot. Maar gelukkig heeft mijn diabetische lijf al die tijd al die blijken van hartelijkheid manmoedig doorstaan.

Daags voor mijn komst was de container met daarin ook onze 70 colli behouden aangekomen en gelost langs de openbare weg, zodat ze alle spullen bliksemsnel in veiligheid hadden moeten brengen. Bij onze bezoeken aan  de diverse blindengroepen door het land zouden we de leermiddelen en hulpgoederen dus kunnen meenemen en toezien op een eerlijke verdeling.

Na een half uur aan de weg te hebben gestaan vonden we een taxi bereid ons met onze bagage naar de plattelandsgemeente Njombé te vervoeren. Daar troffen we mijn reisgenoten met wie we de staat van het houten gebouw van de blindengroep zouden bekijken. Stichting Wilde Ganzen had het terrein met gebouw in 2008 betaald. Peters oordeel als bouwkundig ingenieur was dat het maar beter was de zaak opnieuw op te bouwen, in duurzame materialen; hij had daarvoor al een ontwerp gemaakt met een bureau, een klaslokaal, een opslagruimte en een vergaderruimte.

Daarna reisden zij door naar Njinikom, in het Noorden, waar ze nog voor het donker hoopten te arriveren. Wij bezochten de missiepost en de blindengroep en alle meegebrachte spullen werden met zorg uitgedeeld onder de leden, iedereen was dik tevreden.

Op de missiepost werden we uitgenodigd voor een maaltijd en daarna bracht de vriendelijke pastoor ons in zijn auto naar Douala terug.

Die avond lag ik al om negen uur in bed dat ik zoals gewoonlijk deelde met Roberts vrouw en het dan jongste kindje. Maar ik had buiten het zogeheten kleine regenseizoen gerekend. Midden in de nacht begon het te waaien en daarop volgde een ware wolkbreuk en een knetterend onweer. De regen roffelde oorverdovend op het golfplaten dak, overal begon het door te lekken. Ik bedekte me met de pagne om nog enigszins droog te blijven en vroeg me af wat er nu met alle spullen zou gebeuren, maar de anderen sliepen rustig door.

16 april:

Die morgen konden we vanwege de aanhoudende regen pas om negen uur vertrekken.

De zondvloed had een ware ravage aangericht in de wijk, huizen waren ondergelopen en het water kwam er door de ramen naar buiten. Ook bleken veel wegen ontoegankelijk.

Het plan was de door ons gefinancierde microprojecten te bezoeken waarmee blinden nog steeds in hun basisbehoeften kunnen voorzien, al vragen sommigen om een financiële impuls voor uitbreiding. Die dag konden we er zes bezoeken:

Dibooh Gisèle: in- en verkoop natuurzuivere bloemenhoning;

Ngwe Irène, in- en verkoop pinda’s;

Nkongo Fon Etienne, stijfselproject. Wil graag professionele onderneming starten;

Eyidi Jean, houtskoolproject; wil graag uitbreiden;

Tienouo Robert: mandenvlechtproject. Wil ook uitbreiden;

Nkomo Kotto Abel: verkoop vruchtensappen.

17 april:

Die dag nog 2 microprojecten bezocht:

Djiméli Godefroid, honingproject;

Moukema Norbert: verkoop vruchtensappen.

Het houtskoolproject van Njoh Koum Emmanuel in Deido hebben we niet kunnen bezoeken omdat dat te ver weg was.

Daarna gegeten bij Djamen Léontine, sedert 2002 de secretaresse van ACFISA. Samen met Robert  is zij van ’s morgens vroeg tot ’s avonds laat in touw voor de blindenorganisatie.

Tussen de bedrijven door werd Robert voortdurend gebeld. Daarbij viel het me op hoe hij steeds pleitte voor aandacht voor andermans problemen terwijl hij en zijn gezin zelf in armoede verkeerden.

Ambulant begeleider Eugène Magloire is na zijn overlijden opgevolgd door de eveneens toegewijde Nessack Françoise, eerst als stagiaire, maar nu krijgt zij ook een tegemoetkoming.

’s Middags had ik in het Centre de la Jeunesse een ontmoeting met een aantal leden die me hun soms schrijnende problemen voorlegden.

Daarna reden we naar de 72-jarige Régine Eboumbou, voorheen voorzitter van de Vrouwengroep in Douala,  nu lid van onze dochterstichting. Daar werden we ook weer uitgenodigd voor een maaltijd. Daarna zaten we van 19.00-21.30 in de dagelijkse verkeerschaos alvorens te arriveren bij Samba Banen Zachee waar ik die nacht zou logeren. Omdat Samba ook geen handen meer heeft, steunen wij hem sinds 2006. Zijn tweejarige dochtertje Emmanuelle babbelde honderduit en was merkbaar dol op haar vader.

Samba vertelde trots dat hij haar met zijn onderarmen die halverwege puntsgewijs uitlopen, toch zelf in bad kan doen.

18 april:

Vanuit Samba’s huis naar de openbare school Bali waar Philippe Etame brailleles geeft aan 7 leerlingen tussen 4-20 jaar.

‘s Middags werden we opnieuw verrast door een wolkbreuk. Door het geroffel op het dak konden we elkaar niet meer verstaan. Later selecteerden we de colli die de volgende dag mee moesten naar Bafoussam.

19 april:

Die dag was een bezoek gepland aan de blindenschool CISPAM, Centre d’Integration Scolaire et Professionelle pour aveugles et malvoyants.

Schooldirecteur Samuel Fondop was zelf slechtziend. Hij startte deze school in 1996 toen ook zijn kinderen slechtziend bleken te zijn.

De busreis van Douala naar Bafoussam, in het Westen, zou ruim zes uur duren. In eerste instantie stelde Robert daarom voor ’s nachts te reizen omdat dat goedkoper en sneller was, maar dan was er wel het risico van struikrovers, en de politie patrouilleert ’s nachts wel, maar grijpt niet in.

Wij namen natuurlijk de bus voor het gewone volk. Na anderhalf uur rijden bood de chauffeur de gelegenheid tot een sanitaire stop. De bus liep leeg en iedereen hurkte ongegeneerd in de bosjes langs de weg.

Bij elke payage (tolheffing) werd de bus bestormd door verkopers van etenswaren. Zo was er zelfs een mamàn die gebraden rat verkocht. Niet de huisrat, zo werd mij verzekerd, maar de wilde soort die in de brousse leeft en wel een gewicht van twee kilo kan bereiken.

Na de hartelijke ontvangst door Samuel Fondop was er een rondleiding door het sober ingerichte maar goedverzorgde centrum. Dat bestond uit vier bouwlagen waarvan er twee voltooid waren en in gebruikgenomen. De crèche was in 2012 gestart als inkomengenererend project voor de school. Ouders uit de omgeving brachten er hun kleintjes. Onder toezicht van een goedziende kracht mochten de oudere leerlingen er een handje helpen. En daar stonden de drie campingbedjes, de kinderstoel en de wandelwagen die ik in de kringloop in Nijkerk had georganiseerd. Onder de 12 colli die we hadden meegebracht was ook een enorme kist gekleurde duploblokken.

Fondop gaf aan heel blij te zijn met alle goedverzorgde hulpgoederen. Daarna volgde er een geanimeerde uitwisseling met de 72 leerlingen.

Reisverslag 2013 002

20 april:

’s Morgens om zes uur al werden we naar het busstation gereden vanwaar we op weg gingen naar Yaoundé. De busreis zou vier uur duren. Omdat elke vrije plek wordt benut zat ik ingeklemd tussen twee stevige meiden die me loyaal van informatie voorzagen. In de bus werden traditionele wondermiddelen verkocht tegen alle mogelijke ziektes, waaronder de vreselijkste SOA’s. Ik hoorde de cabaretier met kromme tenen aan. De overheid verbiedt dit soort charlatans, maar sommige busmaatschappijen staan ze toch oogluikend toe.

In Yaoundé was vanwege mijn komst een buitengewone vergadering gepland van onze dochterstichting die sinds vorig jaar mei operationeel is. Judith Tsafack-Sonn die tot eind 2011 bij de Nederlandse Ambassade werkzaam was geweest, was er ook bij. Er werden die middag spijkers met koppen geslagen.

21 april:

Met de auto van Judith bezochten we eerst de blindengroep CAMVË (voluit: Club des Aveugles et Malvoyants Vaniers et Eleveurs) in de wijkTsinga.

Deze organisatie voor mandenvlechters en kleinveeteeltis op 10 augustus 2006 gelegaliseerd. Het opleidingsniveau was relatief hoog, de CANVÉ wil transparant samenwerken zonder onderscheid naar sekse, godsdienst of stam. Veel Afrikaanse organisaties kennen namelijk nog het probleem van stammenstrijd.

We bespraken hun projectaanvraag voor graanmolens waarmee ze in hun basisbehoeften zouden kunnen voorzien.

Daarna gingen we met Judith naar de blindengroep AESOPHAC in Ebang. De afkorting staat voor Association pour l’Entre aide et la Solidarité des Personnes Handicapées et leurs Proches du Cameroun, onder leiding van Ongba Benoît. We troffen er de varkensstallen met waterput, gefinancierd in 2009. Maar tijdens de uitbraak in 2012 van varkenspest overal door het land, waardoor 200.000 dieren werden getroffen, hadden zij hun varkens tijdig weten te verkopen. Ze wilden nu een pluimveeproject beginnen, maar wij hebben geadviseerd van het geld weer nieuwe varkens te kopen omdat de voorzieningen er al waren.

Toen weer terug naar Yaoundé. In het bos werden we overvallen door een hoosbui en een knetterend onweer. Judiths auto dreigde te blijven steken in de modderstroom. Ze vertelde dat in haar wijk Nimbomam  kort tevoren een bende actief was geweest om jonge vrouwen van de motortaxi te sleuren, hen te bedwelmen en vervolgens hun organen uit te nemen voor zwarte magie. Een slachtoffer dat eerder bijkwam dan voorzien was, had de tegenwoordigheid van geest om effectief te handelen en zo uit dit horrorscenario te ontsnappen. Gelukkig zit de bende inmiddels achter de tralies.

In Nimbomam werd ik opgewacht door een neef van René Myn Kong die mij indertijd overhaalde om me in te zetten voor zijn blinde vrienden in Kameroen. We namen de taxi naar de wijk Ekounou en in de stromende regen daalden we samen al glibberend de steile rotsachtige helling af naar het onderkomen van zijn oom waar René was opgegroeid. Mijn mooie damesschoenen, vanuit de kringloop, waren al snel getransformeerd tot vormeloze modderklompen.

Wat een armoe daar. Jonge mensen in de kracht van hun leven, maar zonder uitzicht op werk. Voor blinden is de situatie dan nog moeilijker. Veel Afrikanen geloven nog in hekserij en zijn daarom bevreesd om contact te leggen met een blinde.

22 april:

’s Morgens naar het ministerie om wat zaken af te handelen. Daarna naar de plattelandsgemeente Elig Ngono. De blinden daar waren meest ongeschoold en de armoede was er schrijnend. Er werd ter ere van mijn komst ook weer een traditionele dans uitgevoerd waarbij ze  in trance raakten. De vreugde van het weerzien laaide hoog op en aan het eind stortte iedereen zich op de meegebrachte goederen zodat Norbert hen in de lokale taal tot de orde moest roepen voor een eerlijke verdeling.

Na afloop bezochten we nog de bovengrondse ruime kippenstal die ze hadden gebouwd en waarvoor ze  om eendagskuikens vroegen.

Bij Norbert thuis werden we opgewacht door Henriëtte Kamno en Georgette Jamo van de blindengroep CANVE. Zij motiveerden hun gezamenlijk project voor verkoop van voedingswaren op de markt en hadden daar ook al ervaring mee.

23 april:

Bezoek aan blindengroep ANAFREPHC in de wijk Ekounou. Deze groep, onder leiding van Théophile Boulom en Marie-Louise Adzebo, hebben we in 2011 gesteund met basisbenodigdheden zoals een bed en aansluiting electra. Maar tot op heden is de groep nog niet gelegaliseerd en de projecten die ze indienden waren niet realistisch. De indruk bestaat dat zij zich in leven houden met bedelarij en dat is niet wat wij willen steunen.

’s Middags per bus naar Ebolowa, in het Zuiden, voor bezoek aan blindengroep APHAVE, voluit: Avicole des Personnes Handicapées de la Vue d’Ebolowa.

De leider Ango Félix vertelde hoe hij in 2005, na het behalen van zijn onderwijsbevoegdheid, door een motorongeluk blind was geworden. Daarop hadden zijn vrouw en kinderen hem verlaten. De enige die hem trouw gebleven was, was zijn zus Berthe die zelf epilepsie heeft. Dankzij zijn wilskracht en mede dankzij onze steun is hij nu overal een gerespecteerd man.

24 april

Na een weldadige nachtrust in een heerlijk schoon bed helemaal voor mij alleen, hadden we ’s ochtends een uitwisseling met de leden van de blindengroep APHAVE. Ook bezochten we de magasin (opslagruimte) op de markt waarvoor de leden botje bij botje hadden gelegd. Zij zouden nu graag hun pluimveeproject herstarten.

Omdat vervoer per motortaxi riskant is voor mensen met epilepsie besloten we voor Ango’s zus die hem destijds had gesteund,haar medicatie te betalen. Daarna reisden we weer naar Yaoundé terug. Gezien de vele aanvragen voor microprojecten en ons toch beperkte budget wordt besloten voortaan alleen nog microkredieten te verstrekken, waarbij we evenwel rekening zullen houden met de realiteit voor kansarmen.

25 april:

’s Morgens bij Norbert ontmoeting met Marie Ndamimbang, voorzitter van de blindengroep in Bertoua. Zij vertelde dat de Europese Unie voor hen de bouw van een centrum had bekostigd dat eind mei geopend zou worden, maar daarvoor moesten zij dan wel 10% van de bouwkosten betalen. Wij hebben bij de EU-delegatie in Yaoundé de bewijsstukken opgevraagd.

’s Middags een ontmoeting met de DAMIC, Dynamique des Aveugles et Malvoyants Intellectuels du Cameroun. De DAMIC is opgericht in oktober 2011.

Lontem Edwin, een Engelstalige student uit Buéa die wij sinds 2011 steunden, is sinds juli vorig jaar als systeemanalist werkzaam bij het budget department van het Ministerie van Financiën.

Evelyne Angonwi hoopt dit jaar haar Master Sociologie te halen. Ze begon in 2007, werd blind maar pakte in 2010 de studie weer op. Wij steunen ook haar sinds 2011.

Om in Kameroen te studeren moet je als blinde wel beschikken over een stalen moreel, in de overvolle en rumoerige collegezalen moet je je als enige zien te handhaven temidden van duizend medestudenten. En als je geen 50 cent hebt voor een taxi, moet je je college missen.

Wij hadden drie mooie PC’s meegestuurd waarop Ubumtu was geïnstalleerd, een schermuitleespakket ontwikkeld voor blinden in ontwikkelingslanden.

26 april:

Na ’s morgens nog wat zaken afgehandeld te hebben reisden we weer terug naar Douala.

27 april.

De dag vóór mijn vertrek was een ontmoeting gepland met de 64 leden van de blindenorganisatie ACFISA. Voor de meest schrijnende gevallen wordt in overleg met Robert een oplossing gezocht. Ook werden de meegebrachte pakketten verdeeld, het was een gekrakeel van jewelste.

In de namiddag hadden we een oriënterend gesprek met een gerenommeerd vastgoedmakelaar voor het te bouwen blindencentrum CALISA, waarvoor de jubileumactie van de CBB alleen al € 41.917,33 had opgebracht, Bij aankoop van een geschikt bouwterrein is specifieke deskundigheid onontbeerlijk in deze cultuur vol voetangels en klemmen.

Een bevriende relatie die doceert aan lokale universiteiten heeft de blindenorganisatie inmiddels een gratis bouwterrein van 1.000 m2 aangeboden.

Corruptie

Kameroen scoort geweldig op de lijst van corrupte landen. Nu ben ik als blinde gewend de kleinste details te onthouden om zo de legpuzzel van de wereld om me heen te completeren.

Zo kwam ik er ook achter dat Norberts goedziende assistent de kosten voor onze terugreis naar Douala en zijn verblijf daar dubbel had gedeclareerd. Zijn verdere gedrag deed Norbert besluiten hem de laan uit te sturen.

Maar tijdens mijn evaluatiemissie kreeg ik van alle kanten ook informatie over Paul Tezanou, chansonnier en al bijna 30 jaar leider van de Association Nationale des Aveugles du Cameroun. In mijn reisverslag van 2011 maakte ik melding van twee getuigen, een oud-leerlinge, Nadège, die in zijn zogeheten school in Dschang verbleef van 1998-2008, en een medewerkster, Adelaïde.

Een Nederlandstalig contact moet Paul Tezanou daarover hebben geïnformeerd, want hij heeft deze getuigen geschoffeerd en hen zelfs bedreigd.

Mij is daarom gevraagd voortaan geen namen meer te noemen.

Maar ditmaal werd mij door een oud-leerling bevestigd dat Paul Tezanou tijdens manifestaties inderdaad leraren uit omliggende steden laat komen om te demonstreren hoe men de blinden  stoelenmatten en andere vaardigheden leert. Na het opvoeren van deze pantomime gaan de projectmanagers overtuigd naar huis en vertrekken ook de nep-instructeurs weer.

Van blindengroepen overal door het land vernam ik dat zij nooit enige steun ontvingen van Paul Tezanou. Zo zou hij voor hun microprojecten geen leningen verstrekken omdat hij naar eigen zeggen dan zijn geld nooit meer zou terugzien. Maar was dat geld dan voor hemzelf?

Leden die binnen Tezanous nationale organisatie belangrijke posten hadden bekleed, zoals regionaal vertegenwoordiger, hebben de ANAC inmiddels de rug toegekeerd en zelf centra opgezet. Ze vertelden me dat ze destijds voor Tezanou projectaanvragen met begroting hadden moeten uitwerken, maar resultaten bleven steeds uit.

Het recept voor succes is simpel: je weet dat potentiële donoren meestal alleen contact hebben met de indiener van het project; mede vanwege de taalbarrière krijgen zij geen toegang tot de doelgroep waarom het  gaat.

Ook wisselen donoren gewoonlijk geen informatie uit en het is ook niet hun taak om corruptie aan de kaak te stellen. Bovendien kun je zonodig je eigen handicap inzetten om bij goedziende en goedgelovige westerlingen mededogen op te wekken.

Maar bij onze stichting werkt dat alles niet. In 2000 al attendeerden wij het toenmalige SENSIS International in Grave op Tezanous  praktijken. In 2004 schreef Carina Poels ons:

“Paul laat ook regelmatig aanvragen op onze dépendances terechtkomen. Die zijn

dan niet altijd door hem ondertekend, maar soms door mensen met wie hij samenwerkt. Hij maakt ook weleens gebruik van postadressen in Frankrijk.”

Sedert 2006 waarschuwen wij ook Oogfonds Nederland als belangrijke donor van Paul Tezanou voor deze corruptie, maar die doet onze bevindingen af als onwaar.

Om een studiebeurs te kunnen krijgen van de Association Valentin Hauÿ in Parijs moeten studenten uit Kameroen door een toetsingscommissie worden beoordeeld. Maar jawel, daartoe kan alleen Paul Tezanou hen voordragen. Die stelt dan als  eis dat de kandidaat tegenover de commissie moet verklaren uitsluitend door hem te zijn gesteund.

Een student die al sinds 2008 van ons steun ontving, speelde het spel mee; pas nadat hij zijn studiebeurs had ontvangen, hebben we de commissie ingelicht.

Paul Tezanou heeft er alle belang bij om initiatieven van andere blindenorganisaties de kop in te drukken. Het trieste daarbij is dat blinden die laaggeschoold zijn, makkelijk zijn te intimideren. Ze spraken dan ook in bedekte termen over hun ervaringen en durven zeker niet in opstand te komen uit vrees het beetje dat ze hebben, ook nog te verliezen.

Maar op hoger opgeleiden heeft Paul Tezanou minder vat. Tijdens een ontmoeting met de DAMIC stelde ik de filosofische vraag: als je een emmer vult, maar het water loopt er aan de onderkant weer net zo hard weer uit, moet je dan a) blijven vullen, b) ophouden met vullen of c) onderzoeken waar het lek zit? Ze begrepen  onmiddellijk waar ik op doelde. Ik vertelde toen over Paul Tezanous project voor waterpompen dat na financiering weer bij een andere donororganisatie werd gedropt. Daarop barstten de toehoorders in lachen uit: zijn bekende truc. Hen kan hij niet intimideren: zij zijn hem qua opleiding veruit de baas.

Vanwege Tezanous machtspositie enerzijds en als test anderzijds heb ik ook subtiel geïnformeerd naar signalen over seksueel misbruik van minderjarige leerlingen, maar mijn informanten verzekerden me dat daar nergens sprake van was.

Van Paul Tezanous Comité Nationale des Femmes Aveugles du Cameroun, waarin hoger opgeleide vrouwen elkaar ondersteunen, verklaarden er vier onafhankelijk van elkaar dat hun CONAFAC van hem nooit enige steun ontving, omdat hij daarvoor geen geld zou hebben.

Desondanks is Paul Tezanou voor het handhaven van zijn status quo een groot deel van het jaar op reis en bekleedt hij tal van nevenfuncties, reden waarom het Liliane fonds indertijd niet met hem in zee wilde gaan.

Bij zijn wervingsactiviteiten zet hij zijn kwaliteiten als demagoog  in om westerse donoren te overtuigen. En zoals de Rattenvanger van Hameln destijds met zijn fluitspel de kinderen meelokte, zo doet Paul Tezanou dat met vrouwen, en niet alleen met Afrikaanse vrouwen…

Maar terwijl in het verhaal de kinderen nooit meer terugkwamen, zijn het bij Tezanou de donorgelden die spoorloos verdwijnen.

Van verschillende kanten hoorde ik dan ook: Als Paul Tezanou een glaasje op heeft, pocht hij dat hij zoveel geld heeft dat hij niet weet wat hij ermee moet.

Toch begint dankzij publicaties op internet zijn invloed af te nemen. Hij vreest dan ook voor zijn monopoliepositie sinds de tachtiger jaren waarin hij vooral gebakken lucht en valse rapporten produceerde. Vandaar zijn actie in 2010 voor verbetering van de tot dan toe zeer slechte woon- en leefomstandigheden in zijn blindencentrum in Dschang.

 

Vanwege gebrek aan transparantie steunen wij de blindenorganisatie CJARC sinds 2006 niet langer. Van ons opleidingscentrum voor blinde jongeren in Yaoundé had CJARC-directeur Coco Bertin Mowa in 2004 eigenmachtig de bestemming gewijzigd in geïntegreerde basisschool ‘Bartimée’, die nog steeds functioneert . In de foyer zouden nu rond de 35 leerlingen met visuele beperking verblijven. Maar de slaapzaal, het atelier en de oefenkeuken worden daardoor  niet meer als zodanig gebruikt. Alleen al op grond daarvan zou juridische vervolging in principe mogelijk zijn. Maar het centrum kan later nooit vervallen aan Coco’s familie; bij ontbinding van de organisatie vervalt het aan de staat die er dan een bestemming voor moet zoeken die overeenkomt met het oorspronkelijke doel.

28 april:

De  dag van mijn vertrek ging ik ’s morgens met Robert mee naar de kerk om te bedanken dat alles veilig was verlopen.

Een blinde uit Mbouda die wij eerder steunden, mocht er na de dienst zijn Cd’s verkopen. Door de voorlichtingscampagnes van blindenorganisatie ACFISA worden kerkgangers opgeroepen handarbeid- en voedingsproducten van blinden en slechtzienden af te nemen.

Het Evangelie verhaalde over de rijke vrek en de arme Lazarus aan wie zelfs de kruimels van diens overvloedige tafel niet werden gegund. Maar na hun dood waren de rollen omgekeerd.

Zou er voor al onze kansarme medeblinden in Kameroen dan toch gerechtigheid bestaan?

 

Nijkerk, 29 mei 2013,

Truus Jonker, secretaris

 

0 Reacties

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

*